Carla Bruni – No Promises [2007]
Op een prachtige lentedag in mei, een dag waarop geen enkele weerman het nog aandurft een vlekkeloos mooie zomer te beloven, maakt de muziek van Carla Bruni elke belofte overbodig.
Come let me sing into your ear ; bij de eerste woorden van haar nieuwe album ‘No promises’ gaat het hele leger lichaamshaartjes rechtop zitten om aandachtig te luisteren naar de op muziek gezette poëzie van deze Frans-Italiaanse schoonheid. Oogleden zakken, een warme gloed palmt kaken in en de oren, de oren die kunnen hun geluk niet kwijt. Frank Debooseres eat your heart out, want I carry the sun in a golden cup klinkt het even later in het openingsnummer ‘Those dancing days are gone’.
Samen met producer Louis Bertignac (en in diens keuken trouwens) knutselde het ex-topmodel een originele easy-listening-eclectische-bluesrock-plaat in elkaar. Hoewel de originaliteit niet onmiddellijk enkel in de muziek is terug te vinden, maar eerder in het geheel, klinken de nummers verrassend fris en hier en daar zelfs poppy. Naast dat snuifje pop werd trouwens een veel groter boeket gebruikt om het eindresultaat op smaak te brengen. De akoestische gitaar, maar vooral de hese stem van Bruni, worden afwisselend aangevuld met wat ruiger klinkende gitaarrifs of bluesschreeuwende snaren en met subtiele menselijke geluiden als de klakkende tong in ‘Ballade at thirty-five’ en de fluisterende, naar het hijgen nijgende lucht uit de longen van de singer-songwriter die – dixit Jane Birkin – klinkt als een trucker, maar dan wel een die haar benen scheert. Country-, folk- en zelfs reggeageluiden maken de initieel gelijkaardig klinkende nummers steeds interessanter en zorgen ervoor dat herkenbaarheid wordt aangevuld met aangename verrassingen.
Maar laten we wel wezen: bij deze cd draait het niet enkel om het geluid dat erop vastgelegd werd, maar ook en misschien zelfs vooral om la Bruni. Om de manier waarop ze het hoesje siert en waarop ze zwoel gedichten richting luisteraar blaast: je voelt – of je dat nu wilt of niet – de getuite lippen, de warme adem en de ondeugende blikken. Je voelt de kietelende knipoogjes en de nog grotere verleiding door de combinatie intelligentie-uiterlijke schoonheid. Want Bruni illustreert niet alleen haar kennis van een derde taal (wat van tijd tot tijd resulteert in een schattig accent), ze maakt ook duidelijk dat ze van poëzie houdt.
Poëzie van W.B. Yeats, W.H. Auden, Emily Dickinson, Dorothy Parker en Christina Georgina Rossetti. Poëzie die ze, zoals Lou Reed dat bijvoorbeeld eerder deed met teksten van E.A. Poe, bewerkte tot liedjesteksten.
Voor de titel van dit zeer geslaagde album, haalde ze haar inspiratie uit het eerste vers van het gedicht ‘Promises like pie-crust’. Promise me no promises, schreef Christina Georgina Rossetti ooit, en of de lichtvoetigheid van dit bevel of de Italiaanse afkomst van de dichteres Bruni overtuigde deze titelkeuze te maken, daar heb ik tot op heden geen antwoord op. Ooit, als ik eens de kans krijg, stel ik haar de vraag. En dan schrijf ik het ergens op, zodat jullie het kunnen lezen. Maar ik beloof natuurlijk niets.